Lummelen of lanterfanten
noem het zo je wil.
Ik moet eigenlijk aan de slag
maar mij ontbreekt de wil.
‘Ineffectief’ bezig zijn
ik geef het een kans.
Ik rommel wat of mijmer
en blijf zo in balans.
(1-10-2018)

Lummelen of lanterfanten
noem het zo je wil.
Ik moet eigenlijk aan de slag
maar mij ontbreekt de wil.
‘Ineffectief’ bezig zijn
ik geef het een kans.
Ik rommel wat of mijmer
en blijf zo in balans.
(1-10-2018)

Wat goed bevalt, moet zo blijven
wat zo is, daar ben ik aan gewend.
Ik ben nou eenmaal een gewoontedier
maar ook selectief en inconsequent.
Als het nieuwe me tegenstaat
protesteer ik verontwaardigd in vurige taal.
Past het wel in mijn straatje
is het: Tja, de wereld verandert nou eenmaal.
(Juni 2018)

Schaamtevol en boos
kijkt zoonlief me aan.
Met tablets en computers
is het even gedaan.
Het valt niet mee
je er niet in te verliezen.
Nu heeft hij even
niets meer te kiezen.
Ga naar buiten, zeg ik
je hoeft je niet te vervelen.
Ik verhaal over vroeger
boompje klimmen, verstoppertje, samen spelen.
Hij rolt met z’n ogen
en vertrekt met een mok.
Vervolgens typ ik dit gedicht
gezeten achter m’n laptop…
(winter 2017)

Ik plaats jou in een hokje
fijn dichtbij of ver uit het zicht.
Ieder hokje z’n eigen label
geen nuance, wel overzicht.
En dan doe je, zeg je iets
wat mij verwart, verblijdt, verrast.
Pas jij opeens in vijf hokjes
of ben ik het, die niet meer in het mijne past?
(9 mei 2018)
– Dit gedicht behaalde de 9e plek (democratisch deel) bij de Schrijverspodiumprijs, september 2018, 9e editie –

Ik kom langzaam op gang
lummel graag wat aan.
Voor ik het weet
dient bedtijd zich aan.
In mijn hoofd discussie
welles of nietes.
Is het de zomertijd
of gewoon aanstelleritus?
(29-3-2018)

Blijf nog even zitten,
pleit de avond laat;
gezellig op de bank!
Onder een dekentje naast je lief,
in alle rust wat praten,
mobiel en AB bij de hand.
Dat krijg je ervan,
moppert de ochtend vroeg;
duf brein en stram lijf!
Je gaat weer snaaien,
humeur en geduld dalen,
dat staat buiten kijf!
Vanavond op tijd naar bed!!!
(30-11-17)
