‘Je weet toch dat je je blunders
zonder schaamte met me kunt delen,
ook al zien we elkaar maar af en toe?’
Stomverbaasd keek ik naar de jongeman
die naast me neerzeeg in de trein
hij knipoogde me vriendelijk toe.
Zou mijn gezicht werkelijk uitstralen
– zelfs voor een kennis die ik niet herkende –
dat ik in het leven hopeloos klungelde?
Ik wilde hem net quasi beledigd en
uit volle borst weerspreken, toen ik zag
dat uit zijn andere oor een draadje bungelde…
(juni/juli 2024)

Leuk gedicht Hilde!Groetjes André&Ineke Met vriendelijke groet, Ineke Annen
LikeLike
Dankjewel André en Ineke! Leuk om te horen 🙂
LikeLike